Inleiding
Afgelopen augustus hebben Frida en ik een studiereis gemaakt naar Japan om te onderzoeken of en hoe het christelijke geloof zich in Japan heeft weten te wortelen door de eeuwen heen en hoe de Nederlandse relatie met Japan daar nog een rol in heeft gespeeld.
Om deze onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden hebben wij in Japan plekken en steden bezocht die van invloed zijn geweest op de ontwikkeling van het christelijke geloof in Japan. Ook zijn we naar de plekken geweest waar de Nederlanders lange tijd het monopolierecht hadden om te handelen met Japan.
De introductie van het christendom in Japan (1549–1639)
In Nagasaki zijn wij in het 26 martelarenmuseum geweest. In dit museum wordt de geschiedenis van de verspreiding van het christendom verteld. Het christendom kwam in 1549 naar Japan met de Portugese jezuïet Franciscus Xaverius, die in Nagasaki voet aan wal zette. Aanvankelijk werd het christendom positief ontvangen. Missionarissen introduceerden niet alleen religieuze ideeën, maar ook westerse kennis, zoals medicijnen, astronomie en nieuwe handelstechnieken. Lokale feodale heren zagen economische kansen en beschermden soms de missionarissen. Tienduizenden Japanners bekeerden zich tot het christendom. Toch groeide ook het wantrouwen. De Japanse leiders vreesden dat de verspreiding van het christendom zou leiden tot politieke en culturele ondermijning: missionarissen benadrukten de waarheidsaanspraak van hun geloof.
Vervolging en het tijdperk van de verborgen christenen (1639–1853)
De spanning bouwde op tot de Shimabara-opstand (1637–1638), waarin vooral christelijke boeren in opstand kwamen tegen de hoge belastingen en religieuze repressie. De opstand werd bloedig neergeslagen. De Nederlanders, die op dat moment hier handel dreven, steunden de Japanse overheid. Deze hulp versterkte de Japanse overtuiging dat de Nederlanders niet uit waren op missionering, maar enkel op handel.
Na deze opstand voerde het Tokugawa-shogunaat in 1639 het beleid van nationale afsluiting. Buitenlanders mochten Japan niet meer binnen en Japanners mochten het land niet verlaten. Alleen de Nederlanders kregen toestemming om handel te blijven drijven, vanaf het kunstmatige eiland Dejima in Nagasaki. Dit leverde Nederland een uniek handelsmonopolie op – maar ook de verplichting om zich strikt afzijdig te houden van religieuze activiteiten.
In het museum hebben we veel bronnen kunnen zien en lezen over de systematische vervolging van christenen. Een indrukwekkend bord wat we zagen liet de beloningen zien voor het aangeven van christenen. Toch hielden sommige chirstenen hun geloof in het geheim levend (verborgen christenen): mondeling, vermengden het soms met shintoïstische elementen, en bewaarden stiekem kruisen of Mariabeelden.
Heropening en heropleving van het christendom (1853–1945)
De Amerikanen dwongen in 1853 de heropening van Japan af. De hernieuwde internationale contacten maakten ook de terugkeer van missionarissen mogelijk.
In 1865 werd in Nagasaki de katholieke Oura-kerk gebouwd. Tot verrassing van de Franse missionarissen verschenen daar honderden Japanners die zich als nakomelingen van de verborgen christenen bekendmaakten. Dit moment wordt vaak gezien als het symbool van de wedergeboorte van het Japanse christendom. Deze kerk hebben wij ook bezocht en is vandaag de dag nog steeds in gebruik als katholieke kerk. Toch bleef het christendom ook in deze periode een minderheid. De Japanse overheid bevorderde de staatsideologie van Shinto als eenheidssymbool.
In Hakodate bezochten we drie kerken die bijna naast elkaar staan. We woonden een dienst bij in de Russisch-orthodoxe Christus de Verlosserkerk uit 1860. Vlak daarnaast staan een katholieke kerk uit 1859 en een Anglicaanse kerk uit 1874, beide nog steeds actief. De ligging van Hakodate als belangrijke havenstad verklaart de opvallende aanwezigheid van deze buitenlandse kerken.
Het christendom in Japan na 1945
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Japan een nieuwe grondwet waarin godsdienstvrijheid werd vastgelegd. Daardoor konden christelijke kerken openlijk zich organiseren. Nieuwe protestantse en evangelische bewegingen kwamen op. Vandaag de dag vormt het christendom nog steeds een kleine minderheid: ongeveer 1% van de Japanse bevolking identificeert zich als christen. In Tokio woonden we een bijzondere en indrukwekkende dienst bij van Hillsong Church Tokyo. Met ongeveer vijftig aanwezigen voelde het klein en intiem, maar de sfeer was vol hoop. De positieve en bemoedigende woorden raakten ons diep. Het was mooi om te zien hoeveel kracht en enthousiasme er kan zijn binnen zo’n kleine christelijke gemeenschap.
De rol van Nederland in de Japanse geschiedenis
Nederland speelde een dubbelzinnige rol in deze geschiedenis. Aan de ene kant droegen Nederlandse handelaren bij aan het verdrijven van het christendom door hun steun aan de Japanse regering tijdens de Shimabara-opstand. Aan de andere kant waren zij de enige Europese schakel met Japan tijdens de isolatieperiode.
Vanaf Dejima brachten Nederlanders eeuwenlang kennis over westerse wetenschap, geneeskunde en techniek naar Japan. Zo werd Dejima een belangrijke brug naar de moderne wereld, ook al bleef religie strikt buiten de deur. We bezochten het museum en eiland dat opnieuw is opgebouwd. Bijzonder om te zien hoe men hier vroeger leefde en soms meer dan een jaar moest wachten op een Nederlands schip met nieuwe goederen.
De handelsrelatie tussen Nederland en Japan was dus gebaseerd op pragmatisme: Nederland hield zich strikt aan het verbod op missionering, en in ruil daarvoor mocht het handel drijven.
Conclusie
De geschiedenis van het christendom in Japan weerspiegelt de spanning tussen geloof, cultuur en macht. Vanaf de komst van de eerste christelijk misonarissen tot aan de moderne tijd is het christendom nooit volledig verdwenen, ondanks zware repressie. De verborgen christenen hielden het geloof levend, en na de heropening van Japan vond het geloof opnieuw een plek – bescheiden, maar betekenisvol.
Nederland heeft in dit verhaal een bijzondere rol gespeeld: als niet-missionerende handelspartner bleef het land eeuwenlang de enige Europese brug naar Japan. Daarmee toont de geschiedenis hoe geloof en handel soms lijnrecht tegenover elkaar kunnen staan, maar ook hoe uit wederzijds respect duurzame relaties kunnen groeien. Vandaag de dag zijn het aantal christenen in Japan nog steeds beperkt, maar is er wel een zichtbaar teken van hoop en verbinding.
We vonden het een hele indrukwekkende reis en waren verrast hoeveel informatie en aandacht er nog voor de vervolging en verspreiding van het christendom in Japan. We zijn dankbaar dat we deze reis mochten maken.
Joris en Frida Harinck